Geschiedenis

Het Mennistenerf is een wooncentrum waar de cliënt centraal staat. De geschiedenis van het Mennistenerf gaat terug tot de eerste helft van de jaren vijftig. In 1954 kocht de doopsgezinde gemeente Zaandam het laatste onbebouwde terrein aan de H. Gerardstraat om er een bejaardencentrum te bouwen.
De doopsgezinde zuster en broeders werkten op de winteravonden bij Albert Heijn en Verkade om met het verdiende geld de bouw te ondersteunen. Op 25 januari 1962, acht jaar later, opende de commissaris van de koningin in Noord Holland het Mennistenerf. Zo’n 20 jaar lang woonde de bewoners tot volle tevredenheid aan de H. Gerardstraat. totdat in de jaren 80 duidelijk werd dat het gebouw niet meer aan de eisen van de tijd voldeed.Zo waren de kamers aan de kleine kant en was er geen eigen douche gelegenheid. Aanvankelijk was het plan om bestaande het Mennistenerf te renoveren, uiteindelijk werd besloten om een nieuw zorgcentrum te bouwen. Om die reden verhuisden de bewoners begin 1991 naar het oude Groenland. Na ruim twee jaar was het zover en het nieuwe Mennistenerf stond klaar om bewoners en medewerkers te ontvangen. Op 1 April 1993 zaten alle bewoners in hun eigen appartement en vijf maanden later, op 21 september 1993 vond de officiële overdracht plaats door de NCHB, de Nederlandse Centrale Huisvesting Bejaarden, nu Vestia noord geheten.

 

Geschiedenis doopsgezinden

Doopsgezinden beginnen hun geschiedschrijving meestal bij de gebeurtenissen van de 16e eeuw. Zij zijn namelijk gematigde geestelijke nazaten van een beweging van radicale christenen die met vele andere protestanten de Rooms-katholieke Kerk de rug toekeerden en hun eigen (geloofs)weg gingen. Zij werden dopers, of wederdopers genoemd omdat zij zich als volwassenen lieten dopen.

De geschiedenis van de doopsgezinden begint eigenlijk veel eerder, met het optreden van Jezus Christus. De dopers wilden in zijn geest leven. Zij meenden dat er een grondige innerlijke omkeer nodig was om dit te kunnen. Je moest als het ware een nieuwe mens worden die helemaal gericht was op Christus. De dopers vonden de grond van hun geloof in de Bijbel, maar de nieuwe mens is een schepping van God, van zijn heilige Geest. Velen voelden dat voor hen de nieuwe tijd was aangebroken waar God heerst in de harten van mensen en alle kwaad is weggedaan.

 

Kerk(her)vormer Menno

De dopers zagen in dat zij hun bijeenkomsten en groepen wat strakker moesten organiseren. Eén van de beroemdste leiders was Menno Simons. Hij was priester in Pingjum, Friesland. Hij kreeg twijfels over de leer aangaande de mis en begon zelf de Bijbel te lezen, op zoek naar antwoorden. Het gevolg was dat hij zich in 1536 aansloot bij de dopers. Hij leidde de dopers in een koers van vreedzame terughoudendheid. Hij leerde dat een christen geen geweld gebruikt – naar het voorbeeld van Jezus – en zich toelegt op goede daden. Er kan geen reden zijn iemand te doden die zo handelt.

In deze periode werden zogenaamde ketters namelijk vervolgd. Wie een doper was, of een doper onderdak gaf, werd terechtgesteld. Toch was er een behoorlijke aanhang: in Friesland was er een tijd dat ongeveer een kwart van de bevolking dopers was. Dopers werden gezien als volgelingen van Menno Simons en kregen de scheldnaam ‘menisten’. In andere landen worden de meeste doopsgezinden nog altijd naar deze voorman genoemd: Mennonieten, Mennonites.

 

Verlichting

Bij doopsgezinden is er lange tijd een sterk gevoel van onderlinge solidariteit geweest. Dit was vooral te zien in de zorg voor armen en wezen. Tot hun bezit behoorden scholen, weeshuizen, hofjes voor ouderen en voor alleenstaande vrouwen. Naarmate de overheid meer verantwoordelijkheid aanvaardde voor maatschappelijke zorg, nam de bemoeienis van de gemeenten voor het materiële welzijn van hun leden ook af.

Het geloof van doopsgezinden is door de jaren heen steeds meer onder de invloed gekomen van het verlichtingsdenken. Het individualisme nam sterk toe. In de 19e eeuw vormden doopsgezinde gemeenten de gewoonte om doopkandidaten te vragen hun geloof op papier te zetten in een persoonlijke belijdenis. De vrijheid van geloof trok in die tijd veel mensen aan die iets anders wilden dan de hiërarchische structuur van de Rooms-katholieke Kerk of het confessionalisme van de grotere protestantse kerken. Aan het eind van de 19e eeuw toonden de doopsgezinde gemeenten overal een sterke groei.

Er zijn al doopsgezinden in de Zaanstreek vanaf 1530. Omstreeks 1543 bestaat er al een gemeente in ’t Kalf (Zaandam Noord-Oost).Zij noemen zich de Waterlandse doopsgezinden Deze komen bijeen in een schuur. De ‘vermaning’ staat aan het Grote Glop aan de Oostzijde waar nu de Prins Bernardburg over de Zaan ligt. Leraar is Klaas Noome die in dat zelfde jaar door de dienaars van de inquisitie gevangen genomen wordt en naar Haarlem is gebracht. Omdat niemand van de leden goed kon lezen, en zijn zoon Klaas het lezen van zijn vader had geleerd, las hij voortaan uit de bijbel voor in de dienst. In 1573 werd Zaandam vanuit Amsterdam door Spaanse soldaten van Bossu bezet. In 1578 ging Amsterdam over op de Prins van Oranje en verdwenen de Spaanse troepen uit Zaandam (dit leidde tot de viering van de 3e Pinksterdag in de Zaanstreek).

Omdat dit gebied enigszins afgelegen ligt en daardoor tijdens de vervolgingen relatief veilig is, werd het een toevluchtsoord voor hen die aan geloofsvervolging bloot stonden. Door het verraad van Renneburg in 1580 was Friesland ook niet meer veilig en kwamen vele Friese doopsgezinden naar de Zaanstreek. Toen in 1584 Antwerpen in Spaanse handen viel, kwamen ook Vlaamse doopsgezinden naar de Zaanstreek Door de toenemende welvaart op het gebied van scheepsbouw, handel en scheepvaart was er een immigratie van dopersen uit andere streken van ons land.

In 1948 kwam een fusie tot stand van de Vereenigde Gemeente met de Waterlandse van de Oostzijde. De gemeente ging toen verder onder de naam “de Doopsgezinde Gemeente Zaandam”.

Wij zijn een christelijke geloofsgemeenschap met wortels in het allereerste begin van de Reformatie. Naar bijbels inzicht ging en gaat het ons om kleine zelfstandige gemeenten die leven van persoonlijke geloofsvrijheid en verdieping, verbondenheid met elkaar en inzet voor vrede in het klein en in het groot.

 

Persoonlijke geloofsbelijdenis

Vanuit ons gemeentebesef, kiezen wij voor een bewust lidmaatschap op basis van een zelfgeschreven persoonlijke geloofsbelijdenis en/of doop. Voor ons betekent in God geloven echter vooral een wijze van leven, een weg die we samen gaan in vreugde en in vrede.